Welkom bij Epstich

Parkinson


Acetylcholine : Neurotransmitter die ondermeer noodzakelijk is voor de werking van spieren en het geheugen.Wanneer deze in overmaat in de hersenen aanwezig is (of niet voldoende door dopamine wordt tegengewerkt) treden verschijnselen op zoals bij de ziekte van Parkinson.

Akinesie: Letterlijk: bewegingsarmoede. Ziekteverschijnsel waarbij de betrokkene niet of slechts met moeite in staat is bewegingen uit te voeren, zonder dat daarbij sprake is van spierzwakte. Akinesie is een kenmerkend verschijnsel bij de ziekte van Parkinson.

Akinesie, end-of-dose: Verstijving van de spieren als gevolg van het uitgewerkt zijn van de laatste dosis medicijnen bij de behandeling van de ziekte van Parkinson.

Anti-Parkinsonmiddelen: Geneesmiddelen tegen verschijnselen van de ziekte van Parkinson of de parkinsonachtige bijwerkingen van sommige andere geneesmiddelen, zoals antipsychotica (middelen die ondermeer bij de behandeling van psychosen worden gebruikt).

Dopamine: Neurotransmitter die in bepaalde hersenkernen noodzakelijk is voor het overbrengen van zenuwimpulsen voor het goed laten functioneren van de spieren en die bij mensen met de ziekte van Parkinson in onvoldoende mate wordt aangemaakt.

Dopamineagonist: Stof die de werking van dopamine tijdens het overbrengen van impulsen van de ene op de andere zenuw nabootst en gedeeltelijk kan vervangen en daarom gebruikt wordt bij de behandeling van de ziekte van Parkinson.

Dopaminergica : Medicijnen met een dopamine lijkende werking, zoals levodopa, die gebruikt kunnen worden bij de behandeling van de ziekte van Parkinson.

End-of-dose akinesie :Verstijving van de spieren als gevolg van het uitgewerkt zijn van de laatste dosis medicijnen bij de behandeling van de ziekte van Parkinson.

Glutamaatantagonisten: Medicijnen die het effect van dopamine in de hersenen verhogen door het effect van glutamaat af te remmen en op die manier gunstig kunnen werken bij de behandeling van mensen met de ziekte van Parkinson.

Zwarte Kernen: Groep zenuwcellen links en rechts onder in de hersenen, waarin bij de ziekte van Parkinson door vooralsnog onbekende oorzaak langzaam een afbraakproces plaatsvindt en waardoor onvoldoende dopamine wordt gemaakt om de spierbewegingen vlot te laten verlopen

Levodopa: Stof waaruit in bepaalde delen van het zenuwstelsel de neurotransmitter dopamine wordt gemaakt, en die als medicijn, eventueel in combinatie met andere stoffen, bij de ziekte van Parkinson wordt voorgeschreven.

Maskergelaat: Strakke gelaatstrekken tengevolge van verhoogde spanning van de gelaatsspieren, ondermeer als symptoom bij de ziekte van Parkinson of als bijwerking van bepaalde medicijnen.

On-Off: Verschijnsel bij de ziekte van Parkinson, waarbij bewegen op bepaalde momenten duidelijk beter ('on') gaat en op andere momenten nauwelijks of niet mogelijk is ('off'), en waarbij deze momenten elkaar plotseling kunnen afwisselen.

Ziekte van Parkinson: Hersenaandoening waarbij als gevolg van een tekort aan de neurotransmitter dopamine, stoornissen ontstaan in de beheersing van de spieren en de spierspanning. Hierdoor treden verschijnselen op als stijfheid, moeite met bewegen en vaak ook beven. Deze vers

Parkinsonisme: Optreden van verschijnselen als bij de ziekte van Parkinson (spierstijfheid, beven, speekselvloed), als bijwerking van bepaalde medicijnen.

Parkinsonsyndroom: Optreden van verschijnselen als bij de ziekte van Parkinson (spierstijfheid, beven, speekselvloed), als bijwerking van bepaalde medicijnen.

Substantia nigra: Zwarte kernen, groep zenuwcellen links en rechts onder in de hersenen, waarin bij de ziekte van Parkinson door vooralsnog onbekende oorzaak langzaam een afbraakproces plaatsvindt en waardoor onvoldoende dopamine wordt gemaakt om de spierbewegingen vlot te

Tremor : Letterlijk: beven. Onwillekeurige ritmische beweging van een lichaamsdeel, zoals bijvoorbeeld bij de ziekte van Parkinson.

Wearing-off : Uitgewerkt raken van de laatste dosis medicijnen, vooral met betrekking tot medicijnen die bij de ziekte van Parkinson worden gebruikt.